| lyric | 1. Fluisert mijn naam nie in die wind, die hem meevoert naar de verte, waar ie nimmer, nimmer, weerklank vindt.
2. Teken mijn naam niet in het zand, waar de zeeën hem niet lezen, van het kille zilte strand.
2. Schrei mijn naam niet in die nacht, war het duister in zijn armen onberoerd je schreien smacht.
3. Schrei mijn naam niet in die nacht, waar het duister in zijn armen onberoerd je schreien smacht.
4. Verkruimeld woord nog nooit gehoord een broze droom nog teer en loom.
5. De speelse wind geen woord nog vindt verstuift het zand nog uit je hand.
6. Op de wegen van je leven tussen scherven enop stenen vele namen zijn geschreven. |